 |
Al is de leugen
nog zo snel
Het boek 'Die Cholesterin-Lüge Das Märchen vom bösen
Cholesterin' van prof. dr. Walter Hartenbach is in het Nederlands vertaald
door Gerard Grasman en wordt uitgegeven door Ankh-Hermes. Het volgende
artikel maakt duidelijk, dat het lezen van het Nederlandse boek 'De cholesterol-leugen'
zeer de moeite waard is.
Sinds jaren vertel
ik mensen, dat 'cholesterol' een al lang achterhaald verhaal is.
Uit dit boek blijkt, dat de werkelijkheid
nóg grilliger is. Professor Hartenbach heeft in tientallen jaren
van onderzoek geen verband kunnen vinden tussen cholesterol en arteriosclerose
(aderverkalking).
Omdat cholesterolverlagende producten, zowel voeding als medicamenten,
door heel veel mensen worden gebruikt, is het zinvol om aan de inhoud
van het boek wat meer aandacht te besteden dan voor een boekbespreking
gebruikelijk. Gegeven de omvang van het probleem is er sprake van een
algemeen belang waarmee iedereen zijn voordeel kan doen. Tegelijkertijd
vertrouw ik erop, dat de tegenstrijdigheden niet al teveel verwarring
stichten.
Cholesterolverlagende voedingsmiddelen
en medicamenten zijn volgens professor Hartenbach - en andere belangrijke
wetenschappers - overbodig, schadelijk en vaak zelfs levensgevaarlijk.
Het gaat hier om een miljardenbusiness van de voedings- en farmaceutische
industrie, die de handel levendig houden door misleiding. Er wordt zelfs
gesproken van de cholesterolmaffia.
Gemanipuleerde statistieken, die ten onrechte 'onderzoeken' worden genoemd
en die als 'bewijzen' worden gepresenteerd, zijn in strijd met de feiten.
Onderstaand volgen enkele voorbeelden van niet naar buiten gebrachte,
voor de industrie ongunstige, resultaten van enkele onderzoeken:
De roemruchte Symvastatin Study. Onderzocht 4444 personen. Conclusie:
Een verhoogde cholesterolspiegel heeft géén invloed op de
ontwikkeling van arteriosclerose of het hartinfarct. Verlaging van de
cholesterolspiegel is zinloos!
Uit de Finse Multifactorial Study, waarbij de cholesterolspiegel
van meer dan 2000 personen werd gemeten, kwam een hartinfarct drie keer
zo vaak voor onder de proefpersonen die met cholesterolverlagende middelen
waren behandeld. Verder waren er ruim dertig procent meer sterfgevallen
dan in de onbehandelde groep.
Bij de Helsinki Heart Study (1987; 700 proefpersonen) bleken de
dodelijke bijwerkingen van cholesterolverlagende middelen 40 procent hoger
te zijn dan in de controlegroep. In 1993 leverde een tweede onderzoek
een percentage van zelfs 50 procent op. Opvallend was de toename (43 procent)
van de sterfte aan kanker onder invloed van cholesterolverlagende middelen.
Ook bij de Framingham Study met 4500 proefpersonen bleek bij behandeling
met cholesterolverlagende middelen een aanzienlijke toename van het aantal
sterfgevallen als gevolg van kanker.
Tijdens de Clofibrat Study, waaraan 1000 proefpersonen meededen,
ontdekte men eveneens 'een schrikbarende stijging van het aantal sterfgevallen
door kanker'!
Het Amerikaanse National Heart, Lung and Blood Institute deed een
onderzoek van enkele tientallen jaren met 650.000 proefpersonen. Er bleek
geen invloed van cholesterol op de ontwikkeling van arteriosclerose of
een hartinfarct. Wél bleek: hoe hoger de cholesterolspiegel, hoe
geringer de kans op kanker en hoe kleiner het aantal sterfgevallen als
gevolg van andere aandoeningen.
Wijd verbreide
misverstanden, die de aandacht vragen:
Er bestaat maar één soort cholesterol. Er kan niet
worden gesproken van 'goed' of 'slecht' cholesterol. LDL en HDL zijn géén
cholesterol maar eiwitten (proteïne) die cholesterol vervoeren. Het
zogenoemde HDL-lipoproteïne zorgt voor het transport naar de lever
van het met het voedsel opgenomen cholesterol. Het cholesterol wordt daar
gebruikt voor de vorming van de noodzakelijke galzuren. Het LDL-lipoproteïne
brengt het door de lever gemaakte cholesterol (ruim 80% van alle cholesterol)
naar de biljarden lichaamscellen, die het nodig hebben voor hun groei
en de vele functies.
Voeding kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor een stijging
van de cholesterolwaarden. De door voeding bewerkstelligde schommelingen
zijn maximaal 5 procent. Bovendien grijpt de lever bij een verhoogde of
verlaagde cholesterolopname ogenblikkelijk in door de eigen productie
van cholesterol te verlagen respectievelijk te verhogen.
Een binnen bepaalde families verhoogd cholesterol, gekoppeld aan
het veelvuldig voorkomen van hart- en vaatziekten, zoals we zo vaak horen,
is volkomen uit de lucht gegrepen. Cholesterolafzettingen in de bloedvaten
ontstaan pas in het eindstadium nadat andere organen zijn verzadigd. Onzin
dus om te veronderstellen en te beweren, dat cholesterol bij zoveel mensen
de bloedvaten zou aantasten. Professor Hartenbach heeft tijdens honderden
operaties bovendien vastgesteld, dat het percentage cholesterol in arteriosclerotische
plaques (verkalkte lagen) in bloedvaten, slechts 1 procent bedraagt.
De juiste doorsneewaarde van de cholesterolspiegel voor volwassenen
is 250 mg/dl of 6,36 mmol/l. Waarden van 300 350 mg/dl of 7,63
8,90 mmol/l komen veel voor en kunnen als normaal worden beschouwd
omdat het cholesterol, evenals zovele stoffen in het lichaam, aan schommelingen
onderhevig is door een grotere behoefte in het lichaam. Dit wordt merkbaar
tijdens het transport via het bloed. De lever is het productiecentrum
van het zo noodzakelijke cholesterol en het orgaan dat de behoefte eraan
nauwkeurig reguleert. Het is gevaarlijk de cholesterolspiegel te willen
verlagen en het is onverantwoordelijk om dalingen tot onder 200 mg/dl
of 5,09 mmol/l na te streven. Een verlaging van het cholesterolgehalte
leidt tot een bedenkelijke vermindering van de mentale en fysieke prestatievermogens
en vergroot de kans op kanker. Door het verlagen van de zogenaamde toelaatbare
grenswaarde zijn steeds meer mensen, geheel ten onrechte, afhankelijk
gemaakt van cholesterolverlagende voedingsmiddelen en/of medicamenten.
Tegelijkertijd zijn daardoor deze, in wezen gezonde, mensen veroordeeld
om levenslang als patiënt hun leven te slijten.
De belangrijkste
functies van cholesterol:
Cholesterol is de grondstof voor de steroïde cortisol, het
belangrijkste stresshormoon. Het belang ervan bestaat uit het activeren
van de energiestof glucose en het mineraal kalium, twee substanties die
al onze mentale en fysieke activiteiten reguleren. Cortisol is verder
werkzaam tegen ontstekingen en allergieën; ook remt het het ontstaan
van kanker.
Cholesterol is de stof waaruit de vrouwelijke en mannelijke geslachtshormonen
worden gevormd, substanties die verantwoordelijk zijn voor specifieke
vitale functies, voor de opbouw van spieren en botten en voor de regulering
van de slaapbehoefte.
Cholesterol is de grondstof voor galzuren, die de vetverbranding
en stoelgang reguleren.
Cholesterol is de grondstof voor vitamine D, verantwoordelijk voor
de gezonde opbouw van botten en gewrichten.
Cholesterol is de grondstof voor celstructuren waardoor de specifieke
functies van alle organen worden gegarandeerd.
Bert Kloosterman
|